Workshop Groot Onderhoud

Een avondje tenniskennis

Was me dat even een leerzaam avondje, vrijdag 10 november tijdens de workshop Groot Onderhoud. De trainers Koen en Joost hadden er serieus werk van gemaakt en moeten er ook aardig wat voorbereiding in gestoken hebben. Top! Wat wist ik van rackets, snaren, bespanning, grips en ballen? Eigenlijk niets, bleek uit de presentatie.

Wat een keuze uit snaren heb je. Polyester en iets wat klonk als multivermicelli, verder uiteraard de ouderwetse darmen (peperduur) en nog veel meer soorten snaren staan tot onze beschikking. Allemaal met hun positieve en negatieve eigenschappen. Mooi om dat allemaal begeleid door statistieken op het tv-scherm te zien. Een snaar kan zijn opgebouwd uit duizenden dunne snaartjes.

Nog mooier om in slow-motion te zien wat er gebeurt als een topper een bal raakt. We leren allemaal ‘door de bal slaan’ en het lijkt ook wel of dat precies is wat er gebeurt. Je ziet die ronde tennisbal geraakt worden en echt bijna volkomen platgeslagen worden. Probeer het maar eens met je hand! Zelfs lijkt het of de bal er als pastadraden aan de andere kant van de snaren weer uitkomt. We leerden wanneer drukballen te gebruiken en wanneer niet, hoe lang ze mee gaan en welke bij lagere temperaturen beter zijn.

Op een vraag hoeveel dagen een toptennisser nu met een bespanning doet, antwoordde Koen: “Dagen?” Ze slaan per dag zo een stevig aantal sets snaren aan gruzelementen. (Ik geloof dat mijn racket alweer een jaar geleden voor het laatst bespannen is.)

Ook de grips werden behandeld. Op de basisgrip kan een overgrip komen, als de ruimte tussen duim en andere vingers te groot is. Zweet je niet veel, neem dan een wat plakkerige, zweet je veel, neem dat een wat stroevere. ’t Is maar dat je het weet.

Maar na de theorie de praktijk. Gewapend met al deze kennis gingen we de baan op, verdeeld in drie ploegen. Twee ploegen gingen dubbelen met bepaalde ballen, een ploeg gingen tennissen met zes rackets die speciaal voor deze avond waren bespannen. Drie iets zwaardere rackets en drie iets lichtere. De bespanning varieerde van 30 kilo via 25 tot 19. De bedoeling was dat je voortdurend van racket wisselde om de verschillen te ervaren.

Bij het wisselen van de ploegen vroeg Koen of we dachten dat we met een gasgevulde of drukloze bal hadden gespeeld. Tretorn, dus drukloos, dachten de meesten. Mis, het waren gasgevulde. Daarna kregen we drukloze en die stuiterden toch wel een stuk hoger. Hup, nu naar de zes geselecteerde rackets. Steeds sloeg Joost in hoog tempo naar ieder drie ballen die hij/zij terug moest slaan, waarna meteen de volgende klaar moest staan en al hollende moesten we de rackets ruilen. Toen ik ze had uitgeprobeerd was ik ineens weer erg tevreden met het racket waar ik al jaren mee speel.

Na afloop dromden we vrijwel allemaal samen rond de bespanningsmachine waarbij Koen ieders racket geduldig beoordeelde. Ik blijk zelf zomaar twee soorten snaren te hebben. Ik meen in de breedte multivermicelli en in de lengte een stugge polyester. Hij liet me precies zien waar ik de bal met spin sla omdat je goed kon ziet dat daar de snaren begonnen te rafelen. (Ik beheers dus het slaan met spin! Weet ik dat ook weer.) Zijn advies: snel een nieuwe bespanning en in de lengte een iets soepeler stugge snaar.

Koen en Joost, wat een geweldig leerzame avond hebben jullie ons bezorgd. Als ooit de thuisblijvers ongelijk hadden was het deze avond wel. Bedankt!

Rob Rib